Gids · Eigenaar en erfenis

Erfbelasting: vrijstelling van de gezinswoning

Wie erft de gezinswoning zonder erfbelasting in Vlaanderen? Gehuwden, wettelijk en feitelijk samenwonenden (3 jaar), definitie en wat kinderen betalen.

In het kort

In Vlaanderen betaalt de langstlevende partner geen erfbelasting op de gezinswoning: het erfbelastingtarief op onroerende goederen tussen partners wordt niet toegepast op het aandeel in de woning waar beide partners samenwoonden op het ogenblik van het overlijden. Dat geldt voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden die minstens drie jaar ononderbroken samenwoonden met een gemeenschappelijke huishouding. Een kind of een andere bloedverwant in de rechte lijn die een deel van de woning erft, krijgt geen vrijstelling en betaalt op zijn aandeel de gewone tarieven. U vraagt de vrijstelling aan in de aangifte van nalatenschap.

Wat zegt de wet?

De Vlaamse Codex Fiscaliteit (artikel 2.7.4.1.1, § 2) bepaalt dat het tarief van de erfbelasting voor onroerende goederen tussen partners alleen wordt toegepast op de netto-verkrijging van de partner in de andere goederen dan de woning die de gezinswoning was van de erflater en zijn partner op het ogenblik van het overlijden. Die afwijking geldt niet als de partner die een deel in de gezinswoning verkrijgt, een bloedverwant in de rechte lijn van de erflater is, of iemand die voor het tarief met een rechtverkrijgende in de rechte lijn wordt gelijkgesteld.

In de praktijk betekent dat: wie als partner de woning erft, betaalt er niets op. Zonder de vrijstelling zou een gezinswoning van 400.000 € bij één erfgenaam in dit tarief 60.000 € erfbelasting kosten (3 % op 50.000 €, 9 % op de volgende 200.000 € en 27 % op de laatste 150.000 €).

Wie is partner?

De Codex onderscheidt drie soorten partners op de dag van het overlijden:

  1. de persoon met wie de overledene gehuwd was;
  2. de persoon met wie de overledene wettelijk samenwoonde, volgens boek III, titel Vbis van het Burgerlijk Wetboek;
  3. personen die minstens één jaar ononderbroken samenwoonden met een gemeenschappelijke huishouding (feitelijk samenwonenden).

Voor de vrijstelling van de gezinswoning is voor feitelijk samenwonenden de drempel hoger: zij moeten minstens drie jaar ononderbroken samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Die voorwaarde wordt ook geacht vervuld te zijn als het samenwonen aansluitend tot het overlijden onmogelijk werd door overmacht.

Notaris.be geeft de gevolgen mee: gehuwden erven altijd het vruchtgebruik van de gezinswoning; wettelijk samenwonenden erven van elkaar automatisch en genieten de vrijstelling vanaf de eerste dag, op voorwaarde dat ze de wettelijke samenwoonst hebben verklaard; feitelijk samenwonenden erven niet van elkaar tenzij een testament dat bepaalt. Voor hen is de vrijstelling dus alleen nuttig als er iets te erven valt.

Wat telt als gezinswoning?

De Codex definieert de gezinswoning als de gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de erflater en zijn langstlevende partner. Een uittreksel uit het bevolkingsregister is een weerlegbaar vermoeden van samenwoning: het bewijst de gezinswoning niet onweerlegbaar. Aanhorigheden worden geacht deel uit te maken van de gezinswoning.

Als het samenwonen is geëindigd door:

  • een feitelijke scheiding van de partners,
  • overmacht die tot het overlijden heeft voortgeduurd (bijvoorbeeld een langdurige hospitalisatie), of
  • de verhuizing van een van beiden, of van beiden, naar een rust- en verzorgingsinstelling of assistentiewoning,

dan geldt de laatste gezamenlijke hoofdverblijfplaats als gezinswoning. Een tweede verblijf valt er niet onder, zegt notaris.be.

En de kinderen?

  • Een kind dat een deel van de gezinswoning erft, betaalt op zijn netto-aandeel in die woning wel erfbelasting (notaris.be). De vrijstelling is er voor de langstlevende partner.
  • Er is één uitzondering voor kinderen jonger dan 21 die beide ouders verliezen: de Codex (artikel 2.7.6.0.6) past het tarief niet toe op hun aandeel in de woning waar de overledene (de langstlevende ouder) op het moment van overlijden gedomicilieerd was, op voorwaarde dat de andere ouder al was overleden. Daarnaast is de eerste schijf van 75.000 € roerende goederen voor hen vrijgesteld.

Hoe vraagt u de vrijstelling aan?

De vrijstelling van de gezinswoning staat bij de vrijstellingen op aanvraag. Vlaanderen.be schrijft: verminderingen en vrijstellingen op aanvraag moeten worden gevraagd in de aangifte van nalatenschap, onder de rubriek “Gunstregelingen”. De aangifte dient u in binnen 4 maanden na een overlijden in België (5 maanden in de EER, 6 maanden daarbuiten). Zie de tarieven en de termijnen in Erfbelasting op een woning in Vlaanderen.

Wat kost het

De vrijstelling zelf kost niets: ze vermindert de erfbelasting op de gezinswoning tot nul voor de partner. De rest van de nalatenschap blijft belast, bijvoorbeeld de roerende goederen boven de vrijstelling van 75.000 € voor de partner (die niet geldt als de partner ook een bloedverwant in de rechte lijn is). Voor de aangifte en een eventuele akte van erfopvolging betaalt u honoraria aan een notaris; de pagina’s die Payotte las, geven daarvoor geen bedrag.

Welke professional raadplegen

  • Een notaris, voor de aangifte, het gebruik van “Gunstregelingen” en de verdeling van de woning: zie de beroepspagina.
  • Een notaris ook vooraf, als u een testament wilt laten opstellen om uw feitelijk samenwonende partner te laten erven.
  • Een makelaar of schatter voor de waarde van de woning: zie Woning laten schatten.

Veelgestelde vragen

Moet ik gehuwd zijn om van de vrijstelling te genieten?

Nee. Ook wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden (minstens 3 jaar samenwonen met gemeenschappelijke huishouding) komen in aanmerking.

Erft mijn feitelijk samenwonende partner automatisch de woning?

Nee. Feitelijk samenwonenden erven niet van elkaar tenzij een testament dat bepaalt. De vrijstelling helpt dus pas als de partner iets erft.

Geldt de vrijstelling ook voor mijn kind?

Nee. Een kind betaalt op zijn aandeel in de gezinswoning erfbelasting; behalve een kind jonger dan 21 dat beide ouders verliest, onder de voorwaarden van artikel 2.7.6.0.6.

Wat als we feitelijk gescheiden zijn?

Dan geldt volgens de Codex de laatste gezamenlijke hoofdverblijfplaats als gezinswoning. Laat uw situatie door een notaris beoordelen.

Is mijn tweede verblijf een gezinswoning?

Nee. Een tweede verblijf valt er niet onder.

Meer gidsen over eigenaar en erfenis

Bronnen

Alle gidsen · Payotte België