Gids · Eigenaar en erfenis

Belasting op tweede verblijven in Vlaanderen

In Vlaanderen beslist elke gemeente zelf over een belasting op tweede verblijven. Definitie, aangifte, vrijstellingen en bezwaar binnen 3 maanden.

In het kort

In Vlaanderen bestaat er geen Vlaamse belasting op tweede verblijven: het is een gemeentebelasting die elke gemeente vrij kan invoeren, op grond van haar fiscale autonomie. Gemeenten bepalen zelf of ze tweede verblijven opsporen, of ze een register bijhouden en hoeveel ze heffen. Het tarief, de vrijstellingen en de aangifteplicht vindt u dus alleen in het belastingreglement van uw gemeente. Een tweede verblijf is een woning waar niemand op 1 januari is ingeschreven in het bevolkingsregister. Tegen de aanslag kunt u binnen 3 maanden bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Wat is een tweede verblijf?

De omzendbrief over gemeentefiscaliteit (KB/ABB 2019/2) omschrijft een tweede verblijf als “elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond”. Het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van met chalets gelijkgestelde caravans.

Lokalen die enkel voor een beroepsactiviteit dienen, garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens zijn geen tweede verblijf. In gemeentelijke reglementen is de definitie vaak breder: elke woongelegenheid waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister. Meestal sluiten reglementen leegstaande panden, panden die enkel voor beroepsactiviteit dienen en studentenhuizen uit.

Waarom taxeren gemeenten tweede verblijven?

Volgens de handleiding van Wonen-Vlaanderen groeide de belasting sinds de jaren zeventig van een weeldebelasting uit tot een belasting die de aanvullende personenbelasting compenseert die de eigen inwoners betalen, en recent ook tot een instrument om de sociale cohesie en het wonen voor de eigen inwoners te beschermen. De rechtspraak toetst die motieven aan het gelijkheidsbeginsel. Zo kan een belasting moeilijk te verantwoorden zijn wanneer de gemeente geen of een heel lage aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting heft, of wanneer beide belastingen niet in verhouding zijn. Een belasting die het wonen voor de eigen inwoners wil beschermen, werd wel aanvaard. Voor u als eigenaar betekent dat: het reglement van uw gemeente kan een tarief en een motivering hebben die betwistbaar zijn, maar dat moet u per gemeente bekijken.

Wie betaalt, en hoeveel?

De gemeente bepaalt de belastingplichtige, het tarief en de vrijstellingen in haar reglement. In de praktijk vertrekken veel gemeenten van woningen waarvoor op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven, en leggen ze een aangifteplicht op: de eigenaar meldt het tweede verblijf zelf aan. Het tarief verschilt per gemeente; de handleiding noemt voorbeelden van een forfaitair bedrag per verblijf en bespreekt gedifferentieerde tarieven voor kleine woonvormen. Payotte geeft hier geen tarief omdat het elke gemeente anders bepaalt. Zoek het reglement op de website van uw gemeente onder “belasting op tweede verblijven”.

Ook de provincie kan een belasting op tweede verblijven heffen. In de handleiding van 2019 was dat enkel West-Vlaanderen; controleer de huidige toestand bij de provincie.

Vrijstellingen en opschortingen

De gemeente mag vrijstellingen en opschortingen opnemen, maar moet ze motiveren en objectief en redelijk verantwoorden, in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel. Het annaliteitsbeginsel (eenjarigheid) staat niet toe dat een vrijstelling voor langer dan één jaar wordt toegekend. Het reglement kan wel bepalen dat u dezelfde vrijstelling maximaal drie jaar mag krijgen, waarbij u jaarlijks opnieuw aanvraagt of de gemeente elk jaar ambtshalve beslist. Welke vrijstellingen bestaan (bijvoorbeeld voor een woning in renovatie), verschilt per gemeente.

Het verschil met leegstand

Een tweede verblijf wordt effectief als woning gebruikt, al is er niemand ingeschreven; een leegstaande woning wordt helemaal niet gebruikt. Daarom houden gemeenten de twee reglementen best uit elkaar. Een woning kan niet tegelijk leegstaan en als tweede verblijf dienen: de handleiding noemt het mogelijk dat een rechter oordeelt dat de ene belasting de andere uitsluit. Als een als tweede verblijf aangegeven woning langer dan een jaar leegstaat, kan de gemeente ze toch in het leegstandsregister opnemen. Zie Leegstandsheffing in Vlaanderen.

Aanslag en bezwaar

  • Tegen de aanslag en tegen de niet-toekenning van een vrijstelling kunt u bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
  • U dient het bezwaarschrift in binnen 3 maanden vanaf de kennisgeving van de aanslag; het moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd zijn.
  • Het college beslist binnen 6 maanden na ontvangst van het bezwaarschrift.
  • Bent u het niet eens met de beslissing, of krijgt u er geen binnen de termijn, dan kunt u beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg.

Deze procedure volgt uit het Invorderingsdecreet van 30 mei 2008 en geldt voor alle gemeentelijke belastingen.

Wat kost het

De kost verschilt per gemeente en staat in het belastingreglement. De pagina’s die Payotte las, noemen enkel dat de belasting niet verplicht is en dat sommige gemeenten een forfaitair bedrag per verblijf vragen. Als u een tweede verblijf koopt, vraag dan voor de aankoop aan de gemeente of er een belasting is en wat ze bedraagt. De koop zelf kost registratiebelasting: zie Registratiebelasting, want het verlaagde tarief van 2 % geldt enkel voor uw enige eigen woning. Voor het tweede verblijf geldt in principe het algemene tarief van 12 %.

Welke professional raadplegen

  • De belastingdienst van uw gemeente voor het reglement, de aangifte en de vrijstellingen.
  • Een notaris bij aankoop of verkoop, die ook de registratiebelasting en de verdeling van de lasten regelt.
  • Een advocaat of fiscalist als u een aanslag wilt betwisten.

Veelgestelde vragen

Moet elke gemeente een belasting op tweede verblijven heffen?

Nee. Gemeenten zijn vrij om een beleid te voeren en zijn zelfs met een register niet verplicht een belasting te heffen.

Is een caravan of tent een tweede verblijf?

Nee. Tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens vallen er volgens de omzendbrief niet onder; wel kan een belasting op het kamperen gelden.

Binnen welke termijn kan ik bezwaar indienen?

Binnen 3 maanden vanaf de kennisgeving van de aanslag, schriftelijk en gemotiveerd.

Wat als mijn tweede verblijf leegstaat?

Dan kan de gemeente het in het leegstandsregister opnemen als het langer dan een jaar leegstaat.

Waar vind ik het tarief?

In het belastingreglement van uw gemeente, meestal op haar website.

Meer gidsen over eigenaar en erfenis

Bronnen

Alle gidsen · Payotte België